Schildklierdiagnostiek
De schildklier produceert hormonen die essentieel zijn voor diverse lichaamsfuncties. De hormonen die door de schildklier worden geproduceerd, zijn de schildklierhormonen T4 (thyroxine of tetraiodothyronine) en T3 (triiodothyronine).
T3 en T4 hebben effecten in het hele lichaam. De schildklier scheidt voornamelijk T4 af. Dit wordt in de organen (voornamelijk de lever en de nieren) omgezet in het actievere T3.
Daarnaast produceert de schildklier calcitonine. Calcitonine werkt samen met parathormoon, een hormoon dat door de bijschildklieren wordt geproduceerd. Samen dragen ze bij aan de calciumbalans in het lichaam. Calcitonine remt de afbraak van botweefsel.
Bij de auto-immuunaandoeningen ziekte van Graves (hyper) en Hashimoto (hypo), worden antistoffen tegen de schildklier aangemaakt, anti-TPO en anti-Tg.
Deze TPO- en Tg-antistoffen vallen de eigen schildkliercellen aan. De antistoffen vernietigen zo de schildkliercellen waardoor de schildklier te weinig of geen hormoon meer aanmaakt. Er ontstaat een hypothyreoïdie, zoals bij de ziekte van Hashimoto.
TPO-antistoffen komen echter ook voor bij schildklierpatiënten met de ziekte van Graves en andere schildklieraandoeningen. Deze antistoffen kan men verder bij zich dragen zonder een schildklierstoornis te ontwikkelen.
Voor de productie van het schildklierhormoon T4 is de schildklier afhankelijk van vitaminen en mineralen zoals ijzer, jodium, zink en selenium, maar ook van vitamine B6, C, D en E. Deze omzetting wordt belemmerd door factoren als stress, infecties, straling, medicatie en toxines. Bij auto-immuunaandoeningen zoals coeliakie, wordt de schildklierfunctie eveneens sterk belemmerd.
Bij de omzetting van het inactieve schildklier hormoon T4 naar het actieve T3 gebruikt het lichaam het enzym dejodase. Dejodase is afhankelijk van co-factoren als selenium, zink, vitamine B en folaat, maar ook van vitamine A en C.
De schildklier kan te snel werken (hyperthyroïdie) of juist te langzaam (hypothyroïdie).
Kenmerkende klachten van hyperthyroïdie zijn:
- Hartkloppingen (tachycardie)
- Gewichtsverlies ondanks toegenomen eetlust (maar in enkele gevallen gewichtstoename)
- Vermoeidheid
- Kortademigheid bij inspanning
- Snelle polsslag
- Soms onregelmatige, snelle hartslag (fladderen)
- Vergroting van de schildklier (struma)
- Last van warmte (overmatig transpireren), voorkeur voor koude
- Warme, vochtige handen
- Trillende handen en vingers
- Zenuwachtigheid en gejaagdheid
- Spierzwakte (krachtsverlies in de spieren)
- Toegenomen eetlust, maar soms ook afgenomen eetlust
- Menstruatiestoornissen
- Darmklachten, diarree of vaker ontlasting
- Snelle geïrriteerdheid, angst, andere psychische klachten
- Oogklachten (bij de ziekte van Graves)
Kenmerkende klachten van hypothyroïdie zijn:
- Moeheid, slaperigheid, traagheid
- Gewichtstoename
- Vochtophopingen, kortademigheid
- Opgeblazen gevoel
- Obstipatie
- Kouwelijkheid
- Haaruitval
- Menstruatiestoornissen
- Infertiliteit
- Libidoverlies
- Spierverstijving
- Spierkrampen
- Ggewrichtsklachten
- Tintelingen en doof gevoel in bijvoorbeeld de handen (carpaal tunnel syndroom)
- Psychische veranderingen zoals apathie, maar ook psychose of dementie
Hypothyreoïdie, een trage schildklier, komt meestal door de ziekte van Hashimoto​.
Een overactieve schildklier oftewel hyperthyreoïdie komt meestal door de ziekte van Graves.
In de analyseresultaten ontstaat het beeld van de aandoening door de verschillende parameters met elkaar te vergelijken:
