RPSH Voedingsintolerantiesysteem
Gericht starten en gericht verdiepen
Wanneer voeding mogelijk een rol speelt bij het klachtenbeeld, biedt het RPSH Voedingsintolerantiesysteem verschillende mogelijkheden om dit gericht te onderzoeken. Je kunt starten met een pre-screening en op basis van de resultaten gericht verder onderzoeken, of direct kiezen voor een complete screening van 311 voedingsmiddelen.

Welke screening past bij de onderzoeksvraag?
Het systeem is opgebouwd uit verschillende startmogelijkheden en gerichte vervolgonderzoeken. Zo kun je de omvang van het onderzoek afstemmen op de klinische vraag.
Lees meer over:
- Hoe werkt het RPSH voedingssysteem?
- Gericht verder met vervolgonderzoek.
- Waarom IgG én IgG4?
- Voedingsintolerantie versus voedselallergie.
- Hoe kan een voedingsintolerantie ontstaan?
- Niet iedere reactie op voeding is hetzelfde.
Hoe werkt het RPSH Voedingsintolerantiesysteem?
Het RPSH Voedingsintolerantiesysteem biedt drie mogelijkheden om het onderzoek te starten. Welke route passend is, hangt af van de klinische vraag en van hoe breed je bij de start wilt onderzoeken.
Pre-screening plus IgE-totaal – 7 voedingsmiddelen
De Pre-screening plus IgE-totaal onderzoekt zeven veelvoorkomende voedingsmiddelen op zowel IgG-totaal als IgG4. Daarnaast wordt IgE-totaal bepaald.
De resultaten geven richting aan eventueel vervolgonderzoek. Op basis van het reactiepatroon kan worden bepaald of bij vervolgonderzoek IgG-totaal of IgG4 passend is en welke voedingsgroep verder onderzocht kan worden.
Bekijk de Pre-screening plus IgE-totaal
Pre-screening uitgebreid plus IgE-totaal – 31 voedingsmiddelen
Wil je bij de start al breder onderzoeken? De Pre-screening uitgebreid plus IgE-totaal combineert de zeven voedingsmiddelen uit de pre-screening met de Voedingsscreening klein van 24 voedingsmiddelen.
Op basis van de resultaten van de pre-screening bepaalt het laboratorium of de aanvullende Voedingsscreening klein op IgG-totaal of IgG4 wordt onderzocht. Zo worden in totaal 31 voedingsmiddelen meegenomen.
De resultaten van alle 31 onderzochte voedingsmiddelen geven vervolgens richting aan eventueel verder vervolgonderzoek. Op basis van het reactiepatroon kan worden bepaald welke voedingsgroep verder onderzocht kan worden.
Bekijk de Pre-screening uitgebreid plus IgE-totaal
RPSH Voedingsscreening compleet – 311 voedingsmiddelen
Wil je direct breed onderzoeken, dan kan worden gekozen voor de RPSH Voedingsscreening compleet. Deze combineert de Pre-screening plus IgE-totaal met alle vervolgonderzoeken.
De zeven voedingsmiddelen uit de pre-screening worden onderzocht op zowel IgG-totaal als IgG4. Op basis van deze resultaten bepaalt het laboratorium per vervolgscreening of deze op IgG-totaal of IgG4 wordt uitgevoerd. In totaal worden 311 voedingsmiddelen onderzocht.
Bekijk de RPSH Voedingsscreening compleet
Gericht verder met vervolgonderzoek
Na de Pre-screening kun je het onderzoek gericht uitbreiden met één of meerdere vervolgonderzoeken. Bij zowel de Pre-screening plus IgE-totaal als de Pre-screening uitgebreid plus IgE-totaal geeft RPSH op de rapportage advies over het eventuele vervolgonderzoek. Op basis van de uitslag wordt aangegeven welke vervolgscreening(en) passend zijn, of dat verder onderzoek naar voedingsintoleranties niet nodig wordt geacht.
Bij de Pre-screening uitgebreid is de Voedingsscreening klein van 24 voedingsmiddelen al inbegrepen. Op basis van de resultaten van de pre-screening bepaalt het laboratorium of deze 24 voedingsmiddelen op IgG-totaal of IgG4 worden onderzocht. Voor het advies over eventuele vervolgonderzoeken worden vervolgens de resultaten van alle 31 onderzochte voedingsmiddelen meegenomen.

Vervolgonderzoek zonder nieuwe bloedafname
Wanneer bij de eerste aanvraag drie serumbuizen worden ingestuurd, kan binnen één maand na de ontvangstdatum vervolgonderzoek worden aangevraagd zonder een nieuwe bloedafname.
↑ Terug naar overzicht
Waarom IgG én IgG4?
Immunoglobulinen (Ig) zijn antistoffen die onderdeel zijn van het immuunsysteem. Binnen het RPSH Voedingsintolerantiesysteem wordt onderscheid gemaakt tussen IgG-totaal en IgG4.
IgG bestaat uit verschillende subklassen. IgG4 vormt daarvan slechts een klein aandeel. Daardoor kan een reactie op IgG4 bij een bepaling van alleen IgG-totaal minder duidelijk naar voren komen. RPSH biedt daarom de mogelijkheid om voedingsmiddelen afzonderlijk op IgG-totaal of IgG4 te onderzoeken.
De pre-screening geeft richting
Bij de Pre-screening worden zeven veelvoorkomende voedingsmiddelen onderzocht op zowel IgG-totaal als IgG4. Het reactiepatroon geeft richting aan de keuze voor IgG-totaal of IgG4 bij eventueel vervolgonderzoek.
Voedingsintolerantie versus voedselallergie
Een voedingsintolerantie en een voedselallergie zijn niet hetzelfde. Het verschil zit onder andere in de immunologische reactie die wordt onderzocht.
Binnen het RPSH Voedingsintolerantiesysteem worden bij voedingsintolerantie reacties onderzocht waarbij IgG-totaal en IgG4 een rol spelen. Deze reacties kunnen vertraagd optreden, waardoor het niet altijd eenvoudig is om een verband te leggen tussen een voedingsmiddel en het klachtenbeeld.
Bij een voedselallergie spelen IgE-antistoffen een rol. IgE-gemedieerde reacties behoren tot het directe reactietype en kunnen kort na contact met het betreffende allergeen optreden.
Waarom wordt IgE-totaal meegenomen?
Bij de startonderzoeken binnen het RPSH Voedingsintolerantiesysteem wordt naast IgG-totaal en IgG4 ook IgE-totaal bepaald. Een verhoogde IgE-totaalwaarde kan aanleiding zijn om verder onderzoek naar een mogelijke allergie uit te voeren. Daarbij is de anamnese leidend voor de keuze van eventueel vervolgonderzoek.
Hoe kan een voedingsintolerantie ontstaan?
De darmwand vormt een belangrijke barrière tussen de darminhoud en het lichaam. Het slijmvliesimmuunsysteem speelt daarbij een rol in het herkennen en neutraliseren van antigenen.
Wanneer de intestinale barrièrefunctie vermindert, kunnen grotere hoeveelheden antigenen in contact komen met het immuunsysteem. Ook een verlaagde productie van secretoir IgA (sIgA) kan hierbij een rol spelen. sIgA draagt bij aan de neutralisering van antigenen in het darmlumen.
Een verhoogde antigeenconfrontatie kan leiden tot een versterkte immuunrespons en de vorming van antistoffen tegen voedingsmiddelen. Daarom kan het bij voedingsintoleranties relevant zijn om naast reacties op voedingsmiddelen ook naar de intestinale barrièrefunctie te kijken.
Parameters die inzicht geven in de intestinale barrièrefunctie en slijmvliesimmuniteit worden onderzocht binnen de Basisscreening darm en Darmtherapiescreening.
Niet iedere reactie op voeding is hetzelfde
Klachten na het eten van bepaalde voedingsmiddelen kunnen verschillende oorzaken hebben. Naast IgG- en IgG4-gemedieerde reacties kunnen bijvoorbeeld koolhydraatintoleranties, histamine-intolerantie, pseudo-allergische reacties en voedselallergieën een rol spelen.
De anamnese en het klachtenbeeld zijn daarom belangrijk bij de keuze van het passende onderzoek. Afhankelijk van de onderzoeksvraag kan aanvullende diagnostiek worden ingezet, bijvoorbeeld naar lactose- en fructose-intolerantie, histamine-intolerantie of IgE-gemedieerde allergieën.
Meer achtergrondinformatie
Wil je meer weten over voedingsintolerantie, IgG/IgG4, allergiediagnostiek en de verschillende screenings?
Bekijk dan de brochure RPSH Voedingsintolerantie- en allergiescreening.